Republikeinse waarden
Voorwoord
In onze tijd hebben de woorden ‘democratie’
en ‘republiek’ op zich geen duidelijk omschreven betekenis
meer. We moeten ze voorzien van adjectieven of beter nog van een
verklarende voetnoot om te verduidelijken wat we ermee bedoelen.
Er bestaat een reusachtig grote hoeveelheid literatuur
met opvattingen, historische analyses en filosofische beschouwingen
over de aard van de republiek en de onderliggende principes.
Ik ben zeker geen deskundige maar probeer hierna
enkel een bescheiden synthese te maken van de principes die de essentie
uitmaken van de republikeinse gedachte en zijn
hedendaagse tendenzen.
Doelstelling
Ik zie deze tekst als mijn bijdrage tot een discussie
: hoe omschrijven wij het republikanisme van de CRK inhoudelijk,
voor welke waarden staan wij en hoe betrekken we deze waarden op
de specifieke situatie van nederlandstalig België in de vroege
21ste eeuw ?
Wat verstaan we in onze tijd onder een republiek
?
De historische erfenis : de grondslagen
In de klassieke democratie van
het oude Athene gaat men meer uit van de burgerdeugd, gelijkheid
van alle leden van het volk (zonder klassen met verschillende
rechten) en de bereidheid om te participeren in
het politieke proces ; het was een directe democratie : de volksvergadering
beslist en regeert.
In het klassieke republikanisme
van het oude Rome en de Italiaanse stadsstaten (Machiavelli) ligt
de nadruk op het nastreven van de meest adequate vorm van
regeren die de vrijheid van de leden van de samenleving en de stabiliteit
van de samenleving garandeert ; de kwaliteit van de wetten
en instellingen moet de verdeeldheid die voortvloeit uit de zwakheden
en het egoïsme van de indivduën en de maatschappelijke
groepen compenseren ; parallel daarmee wordt het bestaan van individuën
en groepen met verschillende rechten (adel, clerus, volk) getolereerd.
In de moderne , hedendaagse republieken vinden
we elementen van de klassieke republiek en van de klassieke democratie.
• Republikeinse elementen : de staatsvorm
Het soevereine volk draagt zijn
macht over aan een regering en overheid verkozen en aangesteld volgens
de wetten van het volk ; de regering van het volk, door het volk
en voor het volk ; in de moderne tijd werd daaraan toegevoegd dat
de uitoefening van het gezag berust op de scheiding van wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht.
• Democratische elementen : het mechanisme
waardoor het volk zijn macht overdraagt aan de regering en de overheid
Alle burgers boven een bepaalde leeftijd hebben
het recht deel te nemen aan de politieke beslissingen en aan het
bestuur van de staat ; in de moderne tijd gebeurt dit, uitzonderingen
daargelaten, niet meer volgens de directe democratie (de volksvergadering
beslist) maar volgens een systeem van representatieve (parlementaire)
democratie gebaseerd op het algemeen stemrecht.
Republiek en monarchie
De romeinse republiek en de de italiaanse republieken
uit de middeleeuwen zijn onstaan als reaktie op het natuurlijke
of goddelijke recht tot regeren dat geclaimd werd door de adel en
de monarchen. Tegenover het absolute natuur- of goddelijk recht
van enkelen stellen zij de volkssoevereiniteit en het zelfbestuur
van de bevolking. De regering ontleent haar macht aan het volk of
toch aan een meerderheid binnen de bevolking. De klassieke
republiek was dus anti-monarchistisch in de zin van anti-absolutistisch.
Ze tolereerde wel het bestaan binnen de samenleving van groepen
met verschillende rechten (aristocratie en adel, plebs, slaven)
en tegengestelde belangen. De klassieke republiek erkende dus wel
erfelijke, politieke rechten naast wettelijk toegekende politieke
rechten. In die zin zou de constitutionele monarchie gepaard aan
de representatieve parlementaire democratie zeker voor een soort
klassieke republiek kunnen doorgaan, omdat de monarch
geen absolute macht meer heeft maar enkel (weliswaar erfelijke )
door het volk welomschreven rechten.
Directe en representatieve democratie
De directe democratie van het oude Athene werd
geconcipieerd in een samenleving met een kleine bevolking . Alle
burgers hadden dezelfde politieke rechten (en veel tijd) om deel
te nemen aan het bestuur van de polis (politeia)
maar vrouwen, slaven en de plattelandsbevolking - de overgrote meerderheid
- hadden geen politieke rechten (en waarschijnlijk ook geen tijd).
De directe democratie werd ook toegepast in besloten Zwitserse alpenvalleien.
De directe democratie lijkt minder aangewezen in
moderne staten met een (zeer) grote bevolking (met relatief weinig
vrije tijd) en een complexe, hoogtechnologische samenleving. De
representatieve democratie met een grote en gespecialiseerde groep
politieke vertegenwoordigers en experten lijkt dan aangewezen maar
vereist voortdurende waakzaamheid en bijsturing.
Combinaties van directe en representatieve
democratie kunnen de burgers nauwer bij de politiek betrekken
(de « kloof met de burger » dichten): lokale en landelijke
referenda, referenda binnen de partijen om kieslijsten samen te
stellen, beleidsvoorbereidend werk via inspraak, wijkraden, ronde
tafels e.d.
Het voortdurend zoeken van de oude Romeinen naar
de meest legitieme en performante ‘republiek’ blijft
dus zeker actueel voor onze tijd.
De burger en het burgerschap
Hedendaagse republikeinen gaan uit van het
moderne concept van de burger.
Het moderne concept van de burger is een combinatie
van het klassieke concept uit de oudheid (een individu met politieke
plichten tov van de gemeenschap, de citoyen of citizen)
en het concept van de burger ontstaan in Europa vanaf de middeleeuwen
(de bourgeois, een individu met rechten – vrijheid
van mening , privé-eigendom en vrij ondernemerschap -
die niet mogen geschonden worden door de overheid).
De hedendaagse moderne burger heeft dus drie soorten
rechten :
• Burgerrechten die het
individu beschermen tegen de overheid (negatieve rechten/bescherming
tegen willekeur van het gezag) en die moeten gearandeerd worden
door de overheid, de rechtsstaat : vrije meningsuiting, vrij ondernemerschap….
• Politieke rechten, het recht om deel te
nemen aan het bestuur van de maatschappij. (actieve rechten) : stemrecht,
verkiesbaarheid…
• Sociale rechten ten voordele van de burger
(positieve rechten) gegarandeerd door de welvaartsstaat : levensminimum,….
De actieve, politieke rechten vormen de
kern van het burgerschap, want zij laten hem toe zelf over
zijn lot te beslissen door hem deel te laten nemen aan het beslissingsproces
binnen de gemeenschap. De negatieve en sociale rechten zijn noodzakelijke
maar onvoldoende voorwaarden voor deelname aan het collectieve beslissingsproces.
Negatieve en sociale rechten kunnen in theorie ook bestaan onder
dictatoriale regimes maar de politieke rechten uiteraard niet.
Het algemeen belang
De republiek verschilt van de zuivere democratie
( de wil van de meerderheid binnen de volksvergadering) doordat
zij aanneemt dat er een universeel algemeen belang
bestaat : gelijkheid en wederkerigheid van de rechten en plichten
van alle burgers.
Het (door de overheid na te streven) algemeen belang
wordt gedefinieerd in een publiek debat en is de neerslag van de
collectieve wil van de burgers.
De actieve politieke rechten van de burger en zijn
deelname aan het gemeenschappelijke beslissingsproces veronderstellen
dat de burger zich houdt aan de beslissingen die op die manier tot
stand zijn gekomen.
Het is mogelijk dat de individuele belangen van
de burger niet overeenkomen met de collectieve beslissingen maar
de burger legt zich neer bij de collectieve wil van de gemeenschap
omdat hij inziet dat de beslissing is tot stand gekomen volgens
regels en rechten waar hijzelf ook achterstaat .
Meer nog, republikeinen gaan er van uit dat de
burger (in het stemhokje bv. en elders) niet alleen in staat is
zijn eigen individuele belangen na te streven (de optelsom van de
individuele belangen van alle burgers zou dan overeenkomen met het
algemeen belang) maar eveneens in staat is zich te identificeren
met een algemeen belang, een collectieve wil, die afwijkt van zijn
eigen individuele belangen en dat hij ook in staat is daar voor
uit te komen (in het stemhokje en) in het publiek.
Publiek debat
De burger kan zich op een rationele manier identificeren
met een algemeen belang dat mogelijk afwijkt van zijn eigen individuele
belangen omdat hij weet dat de collectieve wil en de omschrijving
van het algemeen belang tot stand zijn gekomen in een publiek
debat waarvan hijzelf deel kan uitmaken.
En omdat hij weet dat in dit publieke debat en
in het beslissingsproces dat volgt op dit publieke debat de regels
van de universele gelijkheid worden toegepast : gelijke burgers
worden op een gelijke manier behandeld, burgers in ongelijke situaties
krijgen verschillende (aangepaste) behandelingen.
Het publieke debat wordt gevoerd in de volksvergadering
in een directe democratie en in het parlement in een representatieve
democratie (eventueel aangevuld met diverse types van « volksvergaderingen
» of volksraadplegingen).
Wetten gebaseerd op gelijkheid en universalisme
De wet komt tussen waar de ongelijke machtsverhouding
tussen burgers de (wederkerigheid van) rechten en plichten zou verstikken
: bv., in de economische sfeer.
De wet komt houdt zich afzijdig waar het gaat om
de individuele privésfeer van ieder burger : bv., op het
gebied van (geloofs)overtuigingen.
Republikeinen hebben een positieve houding tegenover
de wet omdat zij de vreedzame samenleving van alle burgers mogelijk
maakt. Montesquieu omschrijft de « republikeinse deugd »
als burgerzin uit liefde voor de wet en de gelijkheid.
In de relatie tussen de sterke en de zwakke is
vrijheid bedreigend en de wet bevrijdend.
Eenheid van de republiek, verscheidenheid van
zijn burgers
Particularisme (eigenheid ?) is wat meerdere individuën
met elkaar verbindt met uitsluiting van alle anderen.
Universalisme daarentegen verbindt alle mensen
door wat ze gemeenschappelijk hebben. Het universele heeft voorrang
op individualisme en particularisme, zonder ze te verbieden.
Het vreedzaam naast mekaar bestaan van individuele keuzes
en particularismen wordt juist mogelijk door de erkenning van de
universele geldigheid van wetten, rechten en plichten.
Het universalisme van de republiek ontzegt alle individuele en groepsovertuigingen
het recht op dominantie en het nastreven ervan.
Het universele is niet de vijand van de individuele
of groepseigenheid, maar ontdoet ze van haar agressieve of intolerante
aspecten. Het beroep op een collectieve identiteit
schaadt de universele rechten van de burgers binnen de groep, het
(agressieve) uitdragen van de groepseigenheid buiten de privésfeer
en in de publieke ruimte schaadt de universele rechten van alle
burgers buiten de groep.
Toegepast op het gebied van de gewetensvrijheid
en de geloofsovertuigingen houdt dit in dat de republiek
en de publieke ruimte seculier zijn. De samenhang van de
samenleving (van de republiek) berust dan op de combinatie van gewetensvrijheid
voor het individu, gelijke rechten van alle (geloofs)overtuigingen
en gezag en wetten gebaseerd op universaliteit (l’état
laïc, laïcisme).
De instellingen en de staat
De republiek verwijst naar een universeel algemeen
belang. De volkssoevereiniteit gaat gepaard met een openbare levensruimte
die de gelijkheid en de ontplooiing van de burgers in praktijk brengt.
De openbare instellingen en diensten zijn noodzakelijk
voor de vrijheid en de gelijkheid van alle burgers.
Het gerecht, de school, de politie en de grote
openbare diensten voorzien iedereen van de noodzakelijke hefbomen
voor een leven in vrijheid en gelijkheid.
De republiek, een dynamisch evenwicht tussen samenhorigheid
en individuele rechten.
Via haar wetten en instellingen streeft de republiek
naar een samenhorige samenleving en de continuïteit ervan ;
tegelijkertijd garandeert zij universele individuele rechten en
vrijheid voor al haar burgers.
Dit is een dynamisch evenwicht dat kan doorslaan
naar één van beide zijden. Er zijn historische voorbeelden
van. De bezorgdheid om de sociale cohesie kan leiden tot een sterke
staat en repressieve instellingen (Napoleon…), de nadruk op
vrijheid (vrij ondernemerschap ) kan leiden tot dickensiaanse sociale
toestanden…..
Machiavelli zag in sociale conflicten
binnen de republiek een dynamiserend element voor het streven naar
het algemeen belang. Voor linkse republikeinen moet een
republiek sociaal zijn ; sociale en economische maatregelen
van het openbaar gezag moeten ervoor zorgen dat alle burgers zich
kunnen ontwikkelen, om hun rechten te kunnen beleven en uitoefenen
en om hun rol als burger te kunnen spelen. In de angelsaksische
traditie wordt de privésfeer gezien als
een bastion voor de bescherming van burgervrijheden tegen
de ontsporingen van het openbaar gezag ; als de nadruk daarbij komt
te liggen op privé-bezit en het vrije ondernemerschap, worden
de staat en zijn instellingen en zelfs de notie van algemeen
belang tot een strikt minimum herleid ; tussen het gezag
en de burgers ontstaat dan een ruimte voor een laissez-faire en
de competitie van allen tegen allen ; daarbij wordt het verenigingsleven
(the civil society) naar voren geschoven als een opvangnetwerk en
de rol van de staat als bemiddelaar (tussen het geïsoleerde
individu en de maatschappij) geweigerd.
De republiek, het Verlichtingsdenken en de postmoderne
wereld
Alhoewel de republiek als staatsvorm zeer oud is,
verwijst zij in onze tijd naar de waarden van de Verlichting : rationalisme
en universalisme.
Sinds de explosieve ontwikkeling van de wetenschap
en de technologie de expansie van de westerse invloed en levenswijze
over heel de planeet hebben mogelijk gemaakt, liggen deze waarden
onder vuur omdat zij zouden geleid hebben tot colonialisme en nazisme
, verwoesting van het milieu en bedreiging van het leven op aarde,
verdringing van de culturele diversiteit van alle volkeren van de
planeet.
De moderniteit van de Renaissance en de
Verlichting zou achterhaald zijn en het postmoderne denken
deconstrueert het individu als rationeel handelend wezen; de drijfveren
en keuzes van elk individu variëren naargelang de opeenvolgende
situaties waarin hij zich bevindt : als werknemer, als consument,
in zijn vrije tijd, als lid van een vereniging enz enz…
De verantwoordelijke burger die uit burgerzin tegenover
de gemeenschap zijn politieke rol opneemt ter bevordering
van een algemeen belang dat hem overstijgt, wordt afgedaan
als een hersenspinsel van het rationalisme.
Het leven van het individu is het resultaat van
religieuse shopping, politieke shopping , culturele shopping etc
waarbij de eigen smaak van het moment primeert. Parallel zien we
de politiek evolueren naar het beheer van de samenleving met als
motto « voor elk wat wils », « ad hoc »
oplossingen per probleem en per maatschappelijke groep.
Tegelijkertijd zien we echter dat de deconstructie
van het algemeen belang de weg vrijmaakt voor een krachtige expansie
van de privésector , gebaseerd op economie en technologie,
die zelf een voordurende toepassing zijn van het rationalisme….Een
neo-marxist zou zeggen dat het postmoderne denken de ideologie is
die door de intellectuele elites wordt naar voor geschoven om de
frontale aanval van de privésector op het algemeen belang,
dat hem in de weg staat, te rechtvaardigen. Op het niveau van de
(natie)staten en op wereldschaal.
De globalisering van de economische en financiële
sfeer heeft alle bevolkingen op aarde meegesleurd in een evolutie
waarop zij geen vat meer hebben. Dit was des te gemakkkelijker omdat
na het uiteenvallen van het Sovjetmachtsblok en het ermee verbonden
machtsevenwicht, geen enkele internationale instantie sterk genoeg
was en klaarstond om regulerend op te treden. De Verenigde Naties
( in se een aanzet tot een wereldrepubliek ) waren zelf verzwakt
uit de Koude Oorlog gekomen en liggen sindsdien voortdurend onder
vuur vanwege twee van hun voornaamste stichtende leden, de USA en
Groot-Brittanië, niet toevallig de voortrekkers van het ultraliberalisme.
De onzekerheid die voortvloeit uit de geforceerde
globalisering en de devaluatie van het rationeel politieke handelen
wordt bezworen met irrationele argumenten en trends die doen terugdenken
aan pré-moderne tijden :
• de internationalisering van de economie
kunnen we maar beter aanvaarden en overlaten aan experten aangezien
te ingewikkeld voor de gewone stervelingen die we zijn ; de hogepriesters
van de internationale economie zullen dat wel even voor ons fixen
als we hen maar gehoorzamen en het is trouwens in ons eigen belang,
ook al zijn we te dom om dat in te zien;
• in het multiculturele discours voeren de politiek correcte
elites een argumentatie die parallel loopt met die van de economische
hogepriesterkaste: wie niet overweg kan met de plotse vermenging
van zeer uiteenlopende culturen , kan er zich maar beter bij neerleggen
want het is toch niet meer terug te schroeven en je bent achterlijk
als je niet inziet dat het hier juist om een verrijking van onze
leefwereld gaat ;
De aandeelhouders van multinationale bedrijven
en de economische elites hebben er alle voordeel bij om de wereld
in sneltreinvaart te globaliseren, vóór de volkeren
over de cultuurverschillen heen de internationale solidariteit kunnen
organiseren.
Kan het republikeinse gedachtengoed, een dynamisch
evenwicht tussen burgerrechten en een transcendent algemeen belang,
dienen als basis voor het beheersen van de economische, ecologische,
sociale en culturele problemen van de planeet ? Van « de wereld,
ons dorp » naar « de wereld, onze republiek »
?
Voorlopig hebben de republikeinen de wind van voren
en zullen we er moeten mee leven dat we als « voorbijgestreefd
» worden bekeken. Maar misschien is dat juist een stimulans
?
Wim Magerman
|