Persoverzicht

Men moet vaststellen dat zelfs het meest krachtige argument TEGEN de republiek nog niet eens het begin van een argument VOOR de monarchie vormt. (Philipp Bekaert)

  • Dag voor de Republiek (Gent, 1 mei 2005). Op 1 mei jongstleden, de dag van de arbeid, organiseerde de Gentse afdeling van het Masereelfonds i.s.m Axigroep Pruuke Dossche en het Ministerie van Agitatie de Dag voor de Republiek met ‘uitdagende beschouwingen over republikeinse alternatieven’. De CRK werd hierop uitgenodigd.
    De opkomst was vrij laag, een twintigtal mensen. Dit kon aan het erg zomerse weer toegeschreven worden, al getuigde de promotie van de activiteit ook niet meteen van veel professionalisme.
    Van een namiddag waar op uitdagende wijze beschouwingen en gedachten worden uitgewisseld over republikeinse alternatieven had men iets meer kunnen verwachten, en op zich leende de lijst van sprekers er zich daar wel toe.
    Mevrouw Gerlinda Swillen, voorzitster van het Masereelfonds, mocht met een kritische en bij momenten cassante rede van wal steken.
    Vervolgens sprak de Nederlandse dr. Andre Mommen, die zijn land op die manier net op Koninginnedag kon ontvluchten. Zijn voordracht was gebaseerd op zijn overigens zeer interessant historisch artikel in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift.
    De academici volgden elkaar in sneltempo op want de afwezige prof. dr. em. Lode Van Outrive liet een tekst voorlezen rond het concept ‘staatshoofd’.
    Dr. José Fontaine maakte een onderscheid tussen staats- en volksnationalisme. Terwijl hij het staatsnationalisme van Frankrijk, Spanje, Duitsland en ook België gelijkschakelde aan de logica van het geweld, pleitte hij voor het volksnationalisme van Vlamingen, Walen en Québécois als een ‘nationalisme de contestation’. Dit nationalisme maakt gebruik van democratische middelen en de kracht van de overtuiging omdat het moeilijk een meerderheid kan bereiken terwijl het staats- of oorlogsnationalisme uitgaat van een unanimiteit. Fontaine besloot zijn betoog met een citaat uit de Franse Grondwet dat de staatssoevereiniteit toebehoort aan het Franse volk (art. 3) en het volk, aldus Fontaine, is niet de monarchie, maar de republiek.
    Organisator Marc De Cat hield een lang uitgesponnen discours over de X-dossiers en besloot dat ter herdenking van de Witte mars 10 jaar geleden een Rode mars op Brussel moest gehouden worden om de oprichting van een Waarheidscommissie te eisen. Niemand kan een organisator ervan weerhouden zijn dada’s naar voren te brengen, maar de band met de monarchie als staatsvorm is hier vrij anekdotisch, en het geheel kaderde niet echt in het thema van algemene politieke theorievorming.
    De volgende spreker, prof. dr. Marc Boone, historicus van de UGent, verdedigde de stelling dat het democratisch gehalte in het 12de-eeuwse Vlaanderen hoger was dan in het tegenwoordige koninkrijk België. De stedelijke macht ging inderdaad zo ver dat met de vorst een contract werd afgesloten, een idee die later in de Verlichting terug werd opgepikt: “le contract social” van Rousseau. Wanneer de vorst niet meer aan de verwachtingen voldeed, kreeg hij zijn C4, zoals effectief het geval was met het veto van de Gentenaars tegen Willem Clito. Het democratisch gehalte van de middeleeuwse steden was dan ook weer erg relatief door de macht van de patriciërs en de gilden. In de 16de eeuw (1577-1584) bewees Gent zich met de Calvinistische Republiek opnieuw als een bakermat van het republikeinse denken in België.
    Fons Lanslots kaderde de Zapatistische strijd en de daaruit volgende stadsrepubliekjes binnen een republikeinse reactie op het Mexicaanse Keizerrijk.
    Nadia Geerts herhaalde in naam van de CRK dat de strijd voor de republiek niet nutteloos is, want het is en blijft een strijd voor democratische principes. Vervolgens beantwoordde Philipp Bekaert een aantal vragen uit het publiek. Op de vraag welke krachten de CRK verenigt, luidde het antwoord dat de Republikeinse Kring iedereen, ongeacht maatschappelijke invloed, verwelkomt die democratisch een republiek voorstaat.
    Al die tussenkomsten waren bij momenten zeer interessant, maar de beloofde uitdagende beschouwingen over republikeinse alternatieven bleven uit. Of de afwezige sprekers als Ludo De Witte (auteur van “De Moord op Lumumba”) en Roel Jacobs (Brussel-kenner met een eigenzinnige visie) dit wel hadden kunnen bieden, zullen we nooit weten. Ook de aangekondigde intermezzi van muziek, filmfragmenten en interviews bleven uit. De gedichten van Herman J. Claeys en van het Ministerie van Agitatie vingen dit echter op een aangename manier op.
    De namiddag werd besloten met de uitreiking van een aantal prijzen. De prijs Creeser / Prix Gueulard (referentie naar de Gentse stropdragers), een prijs voor de directe basisdemocratie meer dan voor de republiek, ging enerzijds naar Arthur Dedecker en Annie Van Oostende, die strijden voor een referendum over de decentralisatie van het stadsbestuur naar de wijken, en anderzijds naar een afgevaardigde van de arbeiders van Splintex uit Fleurus, omwille van hun 108 dagen durende staking. De tweede prijs was de prijs voor de republikeinse verdienste, voorlopig de Louis de Potter-prijs genaamd. Deze kwam toe aan Agalev-senator Eric Gryp die ten tijde van de kleine koningskwestie n.a.v. de abortuswet als één van de weinigen bezwaren uitte tegen de “grondwetvervalsing van de regering Martens om de dynastie te redden”. De Axigroep De Stoete Ostendenoare kreeg als tweede de Louis de Potter-prijs omwille van het vandaliseren van royalistische monumenten. Tot slot kregen we nog mee dat de Dag voor de Republiek tot een jaarlijks evenement wil uitgroeien en plant de tent volgend jaar in Brussel op te zetten. (Tom Cobbaert)
  • In mei legt iedere vogel een ei ... ... en in Laken zullen ze legkip Mathilde deze maand alvast verder laten broeden op hun nieuw ‘gouden ei’. Nog voor er in Rome van enige Habemus Papam sprake was, riepen de kroontjes al rond met een Habemus, of beter Expectamus Filiam. Royalty-watcher Jan Van den Berghe plaatst de jongste zwangerschap in een goede Belgische traditie van drie koningskinderen. Wat is er gebleven van de ‘koningswens’, twee kinderen, jongen en meisje en daarmee basta. Nee, het moeten er drie zijn want dan krijg je een kortingskaart van de Gezinsbond. De reserve- en andere bank kan opnieuw aangevuld worden. Albert heeft nu al negen kleinkinderen, nu nog Laurent aan het werk zetten en ze kunnen samen de grootste Senaatsfractie vormen. Van den Berghe merkt ook nog fijntjes op dat het goed is voor de PR, want “als je als monarchie populariteit en aandacht van de media wil, is veel kinderen hebben een extra troef”. Het (mis/)gebruiken van kinderen en zogenaamde “solidaire” bedrijfsbezoeken (waar ik niet verder op zal ingaan) als propagandamiddel, het komt in de beste ondemocratische staatshoofdfamilies voor. (Tom Cobbaert)
    In de Gazet van Antwerpen van 4 maart 2005 vernemen we dat koningin Paola dringend een nieuwe kokkin zoekt voor haar villa bij het Franse Grasse. Twee kokkinnen moesten ontslag nemen wegens ziekte, en Paola is bezorgd dat ze straks zelf achter het fornuis moet gaan staan. Tja, alle Belgen zijn gelijk voor de wet, maar enkele Belgen hebben echt andere zorgen.Dat blijkt ook een uit een ander artikel uit dezelfde krant, waarin staat dat prinses Astrid en haar gezin om een niet vermelde reden willen verhuizen. Ze wonen al drie jaar in villa Schonenberg op het domein Stuyvenbergh. Dat de renovatie van de kasteelhoeve toen zo’n 500 000 € kostte, doet er niet toe: ze hebben nu hun oog laten vallen op een domein in Kraainem… dat natuurlijk eerst gerenoveerd moet worden.En uit de GVA-editie van zaterdag 5 en zondag 6 maart vernemen we dat een speciaal detachement van de federale politie instaat voor de veiligheid van de leden van het koningshuis. In 1996 was die veiligheidsdienst 235 man sterk. Ook prinses Elisabeth wordt naar school begeleid.Natuurlijk wordt het staatshoofd van een republiek ook massaal beschermd, maar niet van jongs af. Een president is altijd één van ons geweest, soms is hij het nog steeds. Hij heeft ooit onze zorgen gedeeld, misschien deelt hij ze nog. Een koning nooit, dat is het probleem met de monarchie: ze hebben andere zorgen. Altijd gehad. Dat staat vanaf hun geboorte institutioneel vast. Ph.B.

Leestip: